Er worden de laatste jaren op grote schaal sociale huurwoningen gesloopt in Nederland. Dat gebeurt niet omdat ze oud en slecht zijn, want het gaat grotendeels om woningen die na 1950 zijn gebouwd. Wie oude en slechte woningen wil slopen, moet in de deftige buurten van de grote steden zijn, want de woningen daar zijn veel ouder en bouwkundig slechter dan de sociale huurwoningen die nu gesloopt worden.
Sociale huurwoningen blijken ook niet te worden gesloopt om een meer gevarieerde bevolkingssamenstelling te bewerkstelligen, want de huurders van de woningen die op de nominatie staan om te worden gesloopt, krijgen allemaal de garantie dat ze terug mogen keren als de bestaande woningen zijn gesloopt en vervangen door nieuwe woningen.
Wat is dan wél de reden om te slopen? Om een antwoord te vinden op die vraag hoeven we niet lang te zoeken. Dat wordt namelijk openhartig beschreven in het advies van commissie Koning aan de toenmalige staatssecretaris Remkes (het laatste kabinet Kok). Daar staat dat de vernieuwing van 643 wijken een positief saldo oplevert van 17 miljard gulden, 6,7% van de voorziene kosten. Die voorziene kosten zijn dus 253 miljard gulden. Omgerekend een positief saldo van 7,7 miljard euro en 115 miljard euro totale kosten. Prijspeil 2002. Want dat is het jaar van het advies van de commissie Koning. Je kunt het advies vinden op internet (Kosten en kostendragers van de Transformatieopgave Stedelijke Vernieuwing).
'Stedelijke vernieuwing' blijkt een mooi woord voor het slopen van ruim 200.000 na-oorlogse sociale huurwoningen én (want daar draait het om!) het grotendeels vervangen daarvan door koopwoningen. De bouw en verkoop van woningen die voor die sociale huurwoningen in de plaats komen, blijkt dus een heel winstgevende zaak: 7,7 miljard euro. Het rijk pikt er wat van mee (19% btw), gemeenten pikken er wat van mee door hogere grondopbrengsten, aannemers hebben weer voor jaren werk. De corporaties mogen de woningen verkopen en die hebben allang ontdekt dat de bouw en verkoop van woningen heel wat meer oplevert dan de verhuur van sociale huurwoningen. Kortom, zo is de conclusie van het advies van de commissie Koning: de stedelijke vernieuwing is een win-win-win-win situatie. Iedereen blij.
Bij deze rooskleurige berekeningen wordt echter niet de vraag gesteld wie uiteindelijk voor de kosten opdraait. Wie dat zijn, daar hoeven wij niet lang over na te denken. Dat zijn ruim 200.000 huurders met hun gezin die hun betaalbare sociale huurwoning kwijtraken. Zij moeten met of zonder huurgewenning enige honderden euro's meer huur gaan betalen (dit kabinet bezuinigt drastisch op de huurtoeslag). Omdat het aandeel in de woningvoorraad van sociale huurwoningen door sloop en verkoop wordt teruggeschroefd naar 30% (was ca. 50% in de 90-er jaren in steden als Amsterdam en Utrecht), worden steeds meer mensen gedwongen zich diep in de schulden steken voor een hypotheek. De rekening wordt ook betaald door een snel groeiende groep volwassenen die het niet meer kan betalen om zelfstandig te wonen. Het in de 70-er jaren gevestigde woonrecht voor volwassenen vanaf 18 (het eerste kabinet Den Uyl) dreigt verloren te gaan, ondanks de groeiende welvaart.
Kortom: het geld wordt weggehaald bij de huurder die op een sociale huurwoning is aangewezen, wordt weggehaald bij de mensen die zich diep in de schulden moeten steken voor een hypotheek en wordt weggehaald bij volwassenen die niet meer zelfstandig kunnen wonen en overgeleverd zijn aan kamerverhuurders, die meer vragen voor een kamer dan voor een sociale huurwoning moest worden betaald. En dat geld wordt vervolgens door middel van 'stedelijke vernieuwing' doorgesluisd naar het rijk (19% btw), aannemers, projectontwikkelaars en niet te vergeten de corporaties en de gemeenten. Een gigantische overdracht van geld. Een overdracht van de armen richting welgestelden. Dit beleid (ook wel 'herstructurering' genoemd), dat moeten wij niet uit het oog verliezen, wordt door alle grote politieke partijen gesteund, ook en met name door de PvdA. Onder Ella Vogelaar en haar opvolger Van der Laan werd ditzelfde beleid verkocht als het kracht- of prachtwijkenbeleid. Prachtwijken voor de welgestelden!
Ik heb zojuist sprekers deze rechtse regering horen aanklagen. Dat is natuurlijk terecht. Maar laten wij niet vergeten dat onze tegenstanders niet alleen in dit rechtse kabinet zitten. Onze tegenstanders zijn met name wethouders, diensten Stadsontwikkeling, managers en al die professionals die bij de gemeente, de corporatie en bij welzijnsinstellingen werken, die hun goed betaalde baan danken aan wat 'stedelijke vernieuwing' wordt genoemd, maar neerkomt op verdienen aan het scheppen en in stand houden van woningnood. Wij zullen deze strijd niet winnen alleen maar door af te geven op deze rechtse regering, hoe terecht dat ook is. Wij zullen de strijd tegen de sloop en voor het behoud van betaalbare sociale woningen alleen winnen als wij de mensen in de buurten op de been weten te brengen in een strijd tegen lokale politici en tegen de managers van de corporaties en als wij de mensen in de buurt duidelijk kunnen maken dat de uitbuiter niet alleen in Den Haag zit, maar ook vlakbij: in de luxe kantoren van corporaties en op het stadhuis.
Tekst uitgesproken bij de demonstratie op 12 februari 2011 op de Dam tegen de afbraak van sociale huisvesting.
Kees van Oosten