"Voorzitter! Als iedereen zich ergens bij aansluit, dan doe ik dat ook. Ik sluit mij aan bij de stemverklaring van de VVD-fractie." aldus het raadslid Mirjam Bikker op 23 september 2010.
Wie het rustige gevoel wil hebben dat de controle over het gemeentebestuur bij de gemeenteraad in goede handen is, kan beter niet te vaak raadsverslagen lezen. Wie leest hoe onze raadsleden beraadslaagden over camping de Berekuil, vraagt zich namelijk bezorgd af of dat bij elk onderwerp zo gaat.
De enige reden die Mirjam Bikker gaf voor haar instemming met het standpunt van Schell (VVD) was dat anderen dat ook deden. Ik herinner me dat Mirjam Bikker jaren geleden als enig raadslid het standpunt innam dat de hunkemöller-advertentie niet kon, een standpunt waarvan zij wist dat zij zich daar niet populair mee zou maken. Dat geeft blijk van moed.
Daar had ik groot respect voor.
Kennelijk heeft het verlangen om door andere raadsleden verstandig en aardig gevonden te worden de standvastigheid zelfs van een principieel raadslid als Mirjam Bikker ondermijnd. Als de druk om je te conformeren zo groot is, zijn er dan nog wel raadsleden die nog voor hun eigen mening uit durven komen? Of überhaupt nog een eigen mening durven hebben?
Is dit de verklaring voor de krachteloosheid van een gemeenteraad? Raadsleden die hun wethouder niet durven afvallen, door hun eigen fractie onder druk worden gezet om niet dwars te liggen, die het niet bij andere raadsleden willen verbruien of geen mening durven hebben waarin zij helemaal alleen staan? Waren alle raadsleden maar zoals de Mirjam Bikker toen die kritiek durfde te hebben op de hunkemoller-reclame.
Raadsleden die niet voor hun eigen onafhankelijke mening durven uitkomen, waarom zouden die nog hun best doen een eigen mening te hebben? Waarom zouden die de stukken nog lezen en de mailtjes van bezorgde en kritische burgers lezen? Dat levert immers, als je er niets mee mag doen, alleen maar het gevoel op als raadslid tekort te schieten.
Bij de raadsleden die zich voor het bestemmingsplan de Berekuil uitspraken was er waarschijnlijk niet één die de plankaart, de toelichting en de planbeschrijving had bestudeerd. Anders hadden ze geweten dat vrijwel alle bouwsels die er staan inmiddels een bouwvergunning hebben en dus volkomen legaal zijn en bovendien dat dit bestemmingsplan juist het tegendeel beoogt van een echte camping. Van de 4,5 ha blijft namelijk niet meer dan 0,56 ha over voor tenten, kampeerwagens, caravans en trekkershutten.
En de rest? Daar mag de meestbiedende projectontwikkelaar mee doen wat hij wil. Dag bomen, dag ecologische oevers en dag toeristen.
Kees van Oosten