Het lijkt een vaste traditie, de burgemeester die in zijn nieuwjaarsrede meedeelt dat de stad het vorige jaar al weer veiliger is geworden. Ook dit keer vertelt Wolfsen dat er “stevige resultaten” zijn geboekt met het omlaag brengen van de criminaliteit en dat het aantal mensen dat zich onveilig voelt daalt. Waar haalt Wolfsen dat vandaan?
De fabeltjes van burgemeester Wolfsen zijn gebaseerd op het aantal aangiften. Dat zegt dus niets. Steeds minder mensen doen aangifte, omdat ze er van uitgaan dat daar toch niets mee gebeurt. Het aantal aangiften blijkt in 2010 opnieuw te zijn gedaald, namelijk met 4%. Landelijk wordt de aangiftebereidheid geschat op tussen de 20 en 30%. In 1995 was het 36%, in 2005 was het 30%. Steeds minder mensen doen aangifte.
Dat het aantal gevallen van bedreiging, mishandeling, straatroof, overval, zedenmisdrijf, diefstal, auto inbraken, fiets diefstal en vernieling in Utrecht afneemt is slechts schijn. De ogenschijnlijke daling wordt verklaard doordat mensen steeds vaker afzien van het doen van aangifte. Dat weet Wolfsen best, maar hij vertelt nu eenmaal liever dat de criminaliteit dankzij zijn effectief optreden steeds verder daalt.
Overigens, het aantal aangiften in verband met openlijke geweldpleging is in 2010 juist met 5% toegenomen, het aantal aangiften in verband met woninginbraken met 16% en ook het aantal aangiften in verband met “overige criminaliteit”nam met 8% toe. En dat allemaal ondanks de dalende aangiftebereidheid!
Wolfsens blijde boodschap dat de mensen zich in 2010 ook veiliger zijn gaan voelen strookt niet met de cijfers. In de regio Utrecht voelde in 2009 31,5% van de bewoners zich wel eens onveilig. Dat is hoger dan het landelijk gemiddelde van 25,4%. Volledige cijfers over 2010 zijn er nog niet. Utrecht geldt al jaren als de onveiligste stad van het land.
Kees van Oosten