Op 3 december schreef de Sichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht (SSLU) een brief aan de gemeenteraad. Daarvoor waren twee aanleidingen. De eerste aanleiding was dat het college op 1 december een door luchtcoördinator Beverborg opgestelde brief aan de raadsleden schreef met daarin de opmerkelijke passage: "Wij kunnen u melden dat de door Utrecht aangeleverde gegevens voor de monitor 2010 op gedegen wijze tot stand zijn gekomen". De tweede aanleiding was een recent rapport van het RIVM, "Monitoringsrapportage NSL", waaruit blijkt dat er nogal wat schort aan die invoergegevens.
In dat rapport valt ondermeer te lezen: "Door de gemeente Utrecht is aangegeven dat verschillende onvolkomenheden leiden tot het ontbreken van knelpunten in de huidige monitoringsresultaten". Met andere woorden, luchtcoördinator Beverborg schrijft aan de raadsleden het omgekeerde van wat ze aan het RIVM schrijft. Voor raadsleden moet dat een aanwijzing zijn dat ze voor de gek worden gehouden. En een beetje raadslid laat dat niet over zijn kant gaan.
De brief van het SSLU aan de gemeenteraad hield een verzoek in om een raadsinformatieavond en een aanbod aan raadsleden een toelichting te geven op haar standpunt dat de Afdeling Milieu de lucht schoonrekent en ging vergezeld van de notitie "Hoe de lucht in Utrecht wordt schoongerekend". Daarin wordt aan de hand van een groot aantal voorbeelden aangetoond dat er regelmatig wordt gerekend met onjuiste invoergegevens en dat daardoor de luchtverontreiniging veel minder erg wordt voorgesteld dan die in werkelijkheid is.
Op 6 januari besloot de gemeenteraad de brief van de SSLU door het college te laten afdoen. Geen van de raadsleden had er kennelijk behoefte aan de brief en het rapport op de agenda te zetten, zodat de raad die zou kunnen bespreken. Ook vroeg geen van de raadsleden te worden geinformeerd over het antwoord dat het college zou gaan geven aan de SSLU. Als het college de brief en het rapport van de SSLU moet afhandelen, betekent dat dat de afdeling Milieu (het voorwerp van de SSLU-kritiek) dat mag doen en dan weten we wel wat het nietszeggende antwoord zal zijn. Luchtverontreiniging, althans kritiek op de wijze waarop de gemeente deze berekent, is duidelijk geen onderwerp waar raadsleden zich in willen verdiepen.
Het ontbreken van belangstelling voor luchtverontreiniging bij de raadsleden blijkt ook uit de discussies in de gemeenteraad over de extra rijstroken langs de A2. De wethouder luchtkwaliteit, Lintmeijer, kwam er niet aan te pas en geen van de raadsleden kwam op het idee om inzage te eisen in het luchtkwaliteitsonderzoek dat, zoals raadsleden geacht worden te weten, gemaakt moest worden voor de ontheffing. Dus geen van de raadsleden had er behoefte aan zich ervan te overtuigen dat de extra rijstroken geen nadelige gevolgen zouden hebben voor de luchtkwaliteit.
De SSLU vraagt sinds haar oprichting in 2005 aandacht voor luchtverontreiniging, heeft vele procedures gevoerd en is dikwijls door de bestuursrechter in het gelijk gesteld. Dat zou voor raadsleden een reden moeten zijn de kritiek van de SSLU serieus te nemen. De SSLU is in de ruim 5 jaar dat zij bestaat nog nooit door een raadslid of fractie gevraagd haar kritisch standpunt te komen toelichten, ook niet door GroenLinks, de partij die zich uitdrukkelijk als milieupartij profileert.
Utrecht heeft vaker dan andere grote steden procedures verloren over luchtkwaliteit. Het feit dat Utrecht zo vaak procedures verloren heeft is natuurlijk een blamage. In het bijzonder voor de gemeenteraad die kennelijk tekort schiet in haar controlerende functie. Raadsleden die het niet kunnen opbrengen om zich in luchtkwaliteitsbeleid te verdiepen en de zaak te onbelangrijk vinden om de wethouder daarmee lastig te vallen, zijn uiteindelijk als geen ander verantwoordelijk voor het ongezonde en geldverslindende Utrechtse luchtkwaliteitswanbeleid.
Kees van Oosten