Ik prijs de heer iedere dag dag ik geen wethouder of ambtelijk dienstdirecteur ben. Ik zeg dat misschien iets te makkelijk want ik heb tien jaar geleden sterk overwogen om te solliciteren op de post van burgemeester te Schiermonnikoog. Ik was het zandhappen in de vinextoendra destijds spuugzat en vluchtte al lange tijd een keer of vier per jaar naar de parel van Friesland. Ik sprak de taal, had een eigen stoel in de bar van Hotel van der Werff en ben er getrouwd. Ik zag het wel zitten om een jaar of zes gezellig met Bromsnor, Saartje en Swiebertje de tent te runnen. Toen bleek dat Bromsnor steevast in het helmgras lag te kezen met de vrouw van een wethouder zag ik er vanaf. Het gras aan de andere kant van het wad mag dan twee kontjes hoog zijn, zo groen is het ook weer niet.
Deze week volg ik de ellenlange commissievergaderingen van de Utrechtse gemeenteraad over de voorjaarsnota. Het neigt naar masochisme, 30 volle uren plaatselijke politiek. Veel nieuws levert dat ook niet op, maar het hoort nu eenmaal bij het vak van lokaal scribent. Wel interessant was dat wethouder Jeroen van personeel sprak over het slopen van de Utrechtse ambtelijke koninkrijkjes. Mijn zegen heeft hij. In dat verband was het tenenkrommend om te zien hoe zijn collega, wethouder Victor, die gaat over de vernieuwing van het Stationsgebied, ongelofelijk zat te stuntelen. Hij kon vragen over de vele vertragingen en de enorme financiële tekorten van de stadshart aanpak amper beantwoorden. Wel ging het lang over een nieuw logo voor de miljoenen-verdamp-machine die de Projectorganisatie Stationsgebied van ambtelijk koning Albert inmiddels is geworden. Wegwezen met je vogellogo. Leen een sloophamer van Jeroen, prins Victor, of train een vale gier.
Koning Albert is een aimabel mens, maar zijn rijk krijgt feodale trekjes. De Utrechters verdienen meer uitleg bij het grootste en duurste project van Utrecht. Dus wethouder, aan de slag met koning Albert.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.