Volgens de in Nederland geldende regelgeving hoeft op en vlak naast de rijweg niet aan de normen voor luchtkwaliteit te worden voldaan. De normen voor fijnstof en stikstofdioxide gelden vanaf 10 meter van de rand van de weg en in veel gevallen hoeft ook daar niet aan de normen te worden voldaan als er geen significante blootstelling is.
Concentraties fijnstof en stikstofdioxide (N02) nemen door verdunning af met elke meter afstand tot de rand van de weg. Als er op een afstand van 10 meter van de rand van de weg aan de norm ( 40 microgram/m3 NO2) wordt voldaan, dan kan er op de rijweg bij een drukke straat sprake zijn van 55-60 microgram/m3 N02. Bij fijnstof ligt het iets anders. Wordt er op 10 meter afstand van de rand van de weg net voldaan aan de fijnstofnorm, dan zit je daar op de rijweg van een drukke straat zo'n 5 microgram boven. Overigens is fijnstof ook schadelijk bij concentraties < 40 microgram/m3.
Lucht waarbij automobilisten bloot worden gesteld aan concentraties fijnstof en NO2 die de norm van 40 microgram/m3 ruimschoots overschrijden (denk met name aan tunnels) wordt door de Nederlandse overheid dus acceptabel gevonden. Dat is voor mensen die dagelijks een paar uur in de auto moeten zitten een triest bericht. Voor chauffeurs die de hele dag onderweg zijn is dat helemaal zuur.
Nu zou je tegen de automobilist kunnen zeggen: eigen schuld, moet je de bus of de fiets maar nemen. Dat is niet aardig, maar belangrijker is dat het in de bus helemaal niet beter is en dat fietsen langs de rijweg nog slechter is, want de fietser haalt door de inspanning twee keer zoveel adem en krijgt daardoor dus twee keer zoveel vieze lucht binnen. De regelgeving in Nederland gaat er dus eigenlijk vanuit dat weggebruikers de moord kunnen stikken. Inclusief voetgangers en op het trottoir spelende kinderen (voorzover die nog voorkomen), omdat het trottoir zich in veel gevallen bevindt binnen 10 meter van de rand van de weg.
Kees van Oosten