Ik ben een groot voorstander van kunst, cultuur, seks en wetenschap. Iedereen die zich de intro van het ooit spraakmakende TV-programma RUR herinnert heeft in z’n hoofd nog de nagalm van die kreet. Ik moest er even aan denken toen ik deze week eindelijk de hernieuwde exploitatieopzet van het Muziekpaleis in mijn mailbox vond. En, wat een verrassing: de stad komt jaarlijks een miljoentje tekort op de in aanbouw zijnde natte droom van iedere Utrechtse stadsbestuurder en cultuurpaus.
Even om nog wat grijze cellen op te frissen: ooit zou de Utrechtse gemeenteraad pas groen licht geven voor de bouw van het cultuurhonk als, u voelt hem al, de exploitatie sluitend zou zijn. En wat gebeurde: de raad kreeg destijds keurig een sluitende begroting voorgeschoteld. Ieder weldenkend mens, en poppodium Tivoli in het bijzonder, voelde dat het hier moest gaan om een bij elkaar gedroomde cijferbrij. Net zoals bij het gebouw zelf.
Meerkosten voorlopig zo’n 35 miljoen en de teller loopt nog door. De stad goochelde die miljoenen weg door een voordelige cultuurlening af te sluiten bij de plaatselijk Rabobank en het gebouw niet in 30 maar in 40 jaar af te schrijven. Ik riep destijds nog dat de stad een vermogen had kunnen verdienen door die constructie vanaf het begin te kiezen, maar dat was niet lief van mij. Dan speelde ik het maatschappelijk volledig geaccepteerde ‘verneuk de massa grijp de kassa’ spelletje niet mee.
Het Muziekpaleis kost ons Utrechters voorlopig 8,5 miljoen per jaar. Een broodnodige derde zaal van de Stadsschouwburg (voor de extra hongerige cultuurliefhebber) gaat jaarlijks ook zoiets kosten. En wat de uiterst noodzakelijke Bibliotheek ++ (met Artplex) aan extra centjes zal opsnoepen, ach, dat weten we vast als de bouw halfweg is. Cultuur mag wat kosten. Ben ik het helemaal mee eens. Maar hoeveel Utrechtse Buitencentra? En hoeveel Buurtbiebs? Niet zeuren stelletje plebejers!
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.