Verkeerstechnisch vraag ik me regelmatig af hoe het mogelijk is dat ik al 13 jaar Vinexleven levend ben doorgekomen. Kennelijk rijd ik nog altijd zachter dan mijn beschermengel vliegt.
Afgelopen week stuurde ik bijna frontaal op een nieuwe middenberm in de oude kronkelweg ‘t Zand. De gemeente is daar al maanden bezig een weggetje aan te passen. Het schijnt zo lang te duren omdat een of andere kabelaar, na al tijden overlast, opeens ook zijn glasvezeltje wilde laten ingraven. Ja, dan begin je weer vooraf aan. Hoe dan ook, de weg is een drama en daar kwamen die onzichtbare middenbermen opeens bij. Op weg naar een toneelvoorstelling bij mijn geliefde collega Vinexvrouwtje kon ik nog net mijn stuur omgooien en op tijd terug gooien voordat in tegen een boom zat. De straatmaakopzichters waren die middag weggegaan zonder een paar likken wegenwit aan te brengen. Een aantal oplichtende baken dan? Ach, laat dat Vinextuig zich maar plat rijden. Ook de kronkelige Hogeweide, nog steeds een belangrijke schakel in onze link met de binnenstad, is niet belijnd. Het merendeel van de straatlantaarns brand al jaren niet meer. Af en toe schamp ik er een boom. En af en toe ligt er een auto in de sloot. Dat mag in de Vinex.
Maar dit zijn allemaal problemen door tijdelijke situaties. Mijn jeugddorp Vleuten daarentegen is verkeerstechnisch in een nieuw jasje gehesen door ambtenaren die direct terug naar school moeten worden gestuurd. Het dorpscentrum is een chaos sinds daar een 30 kilometerzone is gemaakt volgens het concept Duurzaam Veilig. Om Vleuten in het keurslijf van deze stoethaspels te rammen is zelfs 100 meter van een doorgaande weg tot 30 kilometerzone gebombardeerd. Over de wijk Vleuterweide durf ik verkeerstechnisch niet eens meer te spreken.
Gelukkig ga ik binnenkort een rondje maken met de nieuwe wethouder Leidsche Rijn. In mijn oude Volvo. Want een nieuwe auto waag ik niet aan dit deel van Utrecht.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.