De luchtkwaliteit in Utrecht wordt, zoals bekend, berekend. Voor elke straat apart. Die berekeningen worden al jaren bekritiseerd. Niet alleen door de Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht, maar ook door het Wijk C-komitee, de SP (die bracht daarover het rapport Schoonrekenen uit) en een aantal kritisch burgers. Kritiek bestaat er vooral op de invoergegevens die door de afdeling Milieu gebruikt worden: intensiteiten, het aandeel zwaar- en middelzwaar verkeer, de gemiddelde snelheid en de mate van congestie (stagnatie).
In plaats van dat wethouders en hun ambtenaren met de critici om tafel gaan zitten en de discussie aangaan, huurt de gemeente telkens een zogenaamd onafhankelijk extern adviesbureau in. We hebben er nu drie gehad: KEMA (mei 2009), Oranjewoud (juli 2009) en recentelijk DHV. Die externe adviesbureaus worden ingehuurd om "onafhankelijk" te komen verklaren dat het allemaal dik in orde is. Kost heel erg veel geld en we schieten er niets mee op. Dat het dik in orde is, wordt in de rapporten van deze adviesbureau namelijk volstrekt niet aangetoond.
De kritiek richt zich de laatste jaren met name op de ingevoerde intensiteiten, de voertuigverdeling (het aandeel zwaar- en middelzwaarverkeer), de ingevoerde gemiddelde snelheid en de mate van stagnatie. Welnu, DHV volstaat met een zogenaamde "plausibiliteitstoets", waarbij bijvoorbeeld gekeken wordt of de ingevoerde intensiteit overeenkomt met de "intuïtieve verwachtingen" (p.31) van DHV. Serieus onderzoek naar de manier waarop intensiteiten worden berekend heeft DHV niet gedaan, want "intuïtieve verwachtingen" hebben niets met serieus onderzoek te maken.
Uit het rapport blijkt dat DHV niet eens begrijpt hoe het aandeel zware- en middelzware voertuigen wordt berekend. DHV schrijft op p.33 "De wijze waarop de beschikbare gegevens zijn gebruikt om het model te kalibreren passen bij de nauwkeurigheid die van een prognose wordt verwacht". Het (verkeers)model berekent echter helemaal niet het aandeel zware- en middelzware voertuigen, het model berekent alleen het totaal aantal motorvoertuigen. Zo af en toe telt de gemeente (gedurende slechts één dag van 7.00 - 17.00 uur) het aantal vracht- en bestelwagens op een aantal wegen (lang niet allemaal) en dan gaat de gemeente er vanuit dat de aldus vastgestelde voertuigverdeling (DHV schrijft hardnekkig vrachtverdeling) in 2015 en 2020 wel hetzelfde zal zijn. Op de St. Jacobsstraat heeft de gemeente al een paar keer op dinsdag geteld, als er op het Vredenburg geen markt is. Lekker representatief!
Waarom de ingevoerde intensiteit, de voertuigverdeling, de gemiddelde snelheid en stagnatie DHV plausibel toeschijnen, wordt nergens uitgelegd. Laat staan dat daarbij de talloze concrete voorbeelden worden besproken die door critici zijn genoemd om te laten zien dat de invoergegevens niet deugen. Of het effect van maatregelen (bijv. milieuzonering) en bouwprojecten correct in de invoergegevens is verwerkt is niet door DHV gecontroleerd en daar kan DHV dus niets zinnigs over zeggen.
Heel opmerkelijk is dat DHV de berekeningen niet heeft vergeleken met de meetresultaten van het Utrechtse meetnet. Die suggestie is een paar keer gedaan, maar kennelijk lag dat toch wel erg gevoelig. DHV had dan een verklaring moeten geven voor het feit dat de voor een aantal wegen berekende concentraties gemiddeld 30% lager liggen dan de gemeten concentraties.
Wat de onafhankelijkheid van DHV betreft: DHV is nauw betrokken geweest bij het Actieplan Luchtkwaliteit Utrecht 2006 en de update daarvan, waarin een uiterst rooskleurige voorstelling van zaken wordt gegeven van het effect van de milieuzonering, 'schone' bussen e.d. Een kind kan trouwens bedenken dat als DHV zich kritisch had uitgelaten over de kwaliteit van de invoergegevens, uit Utrecht geen opdrachten voor DHV meer zijn te verwachten. Zo werkt dat nu eenmaal, zeker in tijden van economische neergang.
Kortom: zonde van al dat belastinggeld. Wanneer is de gemeente nu eindelijk bereid om de discussie met burgers aan te gaan over die invoergegevens?
Kees van Oosten