De Fietsersbond propageert het fietsen in de stad. Als veel meer mensen de auto zouden laten staan voor ritjes in de stad, zou dat inderdaad voor iedereen gezonder zijn. Maar de vraag is of het op individueel niveau een gezonde keus is. Anders gezegd: moet je iemand het advies geven om in de stad te gaan fietsen? Je krijgt als fietser namelijk extra veel smerige lucht binnen.
De Fietsersbond onderkent dat je als fietser smerige lucht binnenkrijgt. Vaak nog meer dan de automobilist, omdat een fietser zich meer inspant en dus vaker en dieper ademhaalt. Maar, zo voert de Fietsersbond aan, daar staat tegenover dat je als fietser in beweging bent en het positieve effect van bewegen zou opwegen tegen het inademen van extra fijnstof.
Bij navraag blijkt de Fietsersbond zich te baseren op een rapport van het in Utrecht gevestigde Institute of Risk Assessment (IRAS): 'Do the Health Benefits of Cycling Outweigh the Risks?' (2010). Eerlijk gezegd ben ik niet onder indruk van dat rapport.
Het rapportje maakt een wel heel erg eenvoudig rekensommetje. Er wordt uitgerekend hoeveel langer je leeft door 5 dagen per week 30 minuten te bewegen, er wordt uitgerekend hoeveel korter je leeft door blootstelling aan een dagelijkse portie smerige lucht en dat wordt gesaldeerd.
De vraag die zich bij dat rekensommetje opdringt, is natuurlijk: zijn er geen andere manieren om dagelijks wat te bewegen, waarbij je geen extra fijnstof binnenkrijgt? Je zou een paar keer per week thuis op de hometrainer kunnen gaan zitten of naar een fitnessclub of je zou met de auto of de bus naar de sportvereniging kunnen gaan.
Als je wilt bewegen zonder dat je daardoor extra wordt blootgesteld aan smerige lucht, kun je beter niet gaan fietsen. Word je bovendien niet van je sokken gereden, want de kans op ongelukken en letsel is voor een fietser in de stad veel groter dan voor een automobilist. Het IRAS en de Fietsersbond geven dus een onjuiste voorstelling van de gezondheidsvoordelen van het fietsen.
Tactisch of strategisch is het ook niet slim van de Fietsersbond om de gezondheidsvoordelen van het fietsen zo voor te stellen. Het geeft de gemeente namelijk een excuus om niets te doen om het autogebruik terug te dringen. De gemeente zal namelijk zeggen (en dat zegt de gemeente ook): wij proberen met fietsklemmen en voorlichting de mensen over te halen te gaan fietsen, we doen dus al heel veel.
De Fietsersbond zou veel beter het standpunt kunnen innemen: wij eisen als fietsers het recht om gezond te kunnen fietsen en het is te dol voor woorden dat je door te gaan fietsen extra fijnstof binnenkrijgt. De gemeente moet eerst het gebruik van de auto structureel terugdringen, voordat je verantwoord het advies kunt geven om meer te gaan fietsen (of buiten te spelen of hard te lopen).
Kees van Oosten