Ik zal op deze plek mijn goede collega en woordkunstenaar Cees Grimbergen niet proberen te overtreffen. Ten eerste: dat lukt mij nooit, ten tweede: in heb nog wat woorden nodig voor andere Utrechtse kwesties. Cees tikte deze week vrij genadeloos op hoe volstrekt over het paard getild sommige bestuurders zich anno 2012 denken te kunnen gedragen. En dat van onze centen.
Hoe het bestaat dat commissaris der Koningin Robertsen nog steeds geen uitleg heeft gegeven over een kleine 70.000 euro aan compensatie voor mogelijke fiscale schade voor niet bestaande privé-ritten met de dienstauto, het is mij een raadsel. Zelf probeerde ik de zeer open en transparante gedeputeerde Ralph de Vries (Elvis voor intimi) een antwoord via Twitter te ontlokken. Maar Twitterende bestuurders -enkele uitzonderingen daargelaten- het is een regelrechte ramp. Deze fanatieke afrijder van oude Volvo’s van D, wij gaan het anders doen, 66, is niet erg van de communicatie. Zenden wil de man. Geen interactie. Toen ik hem nog eens wees op het feit dat ik hem een nederige vraag had gesteld kwam de Tweet: “Ik communiceer wat ik wil communiceren. Niet meer niet minder.”
Een prachtige zin. Daar had natuurlijk moeten staan: “Waar bemoei jij je mee laffe pennenlikker. Ik maak zelf wel uit op welke huftervragen van journalisten ik in ga. Jij kan lekker de krampen krijgen met je gezeur en gezanik. En nu ophouden, want ik moet nog even wat belangwekkende gemeenplaatsen en andere inspirerende drek het web op braken via mijn Twitteraccount.” De pest is alleen: dat past niet in een Tweet van 140 tekens. Via De Vries krijg ik dan geen opheldering over ons belastinggeld, maar wel andere belangwekkende informatie. “Yes, via stripveiling Catawiki fantastisch mooi beeldje van schaatsende Kuifje gekocht. Spannend tot laatste seconde.” en “Ach, Buitenhof gemist! Aan tweets te zien feitelijk niets gemist. Daarom straks lekker in Volvo Amazon naar Haarlem. Mooi ritje, mooi weer.” En nu zijn mijn woorden helaas op.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.