Caravan en camper
Column
Gepubliceerd: 2012-07-02
door: Henk Westbroek
Kamperen is leuk, maar tijdens aanhoudende stortbuien ga je toch verlangen naar een echt dak boven je hoofd. En een echte vloer onder je luchtbed wanneer dat plotseling de tent dreigt uit te drijven. En aan een echte kachel om de kou uit je lijf te verdrijven.
De oplossing binnen de kampeerwereld voor deze alleszins redelijke wensen heet 'De Caravan'. Een paar jaar geleden leende ik er een. Het viel me direct op dat passerende automobilisten sneller dan gebruikelijk op hun voorhoofd tikken als ze passeerden. Het lastige van een caravan voortslepen - merk je dan pas - is dat je niet voldoende snelheid kunt maken om zo’n lullo in te halen. Om hem even met gelijke munt terug te kunnen betalen! Ergens in België probeerde iemand in een bestelbusje me nogal stompzinnig te passeren door van achteren zomaar dwars door caravan en auto heen te willen rijden. Wat me toen opviel is dat zelfs bij het lulligste aanrijdinkje zo’n caravan al compleet total-loss is.
Vorig jaar ging ik een weekje naar Amerika waar caravans niet populair zijn, maar 'Campers' des te meer. Gelijk hebben die Amerikanen, voor de verandering. Een doorsnee camper staat tot een doorsnee caravan als een ijskoud biertje tot een warme alcoholvrije. Super-de-luxe zijn die campers! De eenvoudige die ik huurde had een douche met saunamogelijkheid, een gestabiliseerd waterbed en twee televisies met elk 500 zenders. Ze rijden ook nog eens heerlijk en anders dan bij het trekken van een caravan in Europa wijst niemand daar naar zijn voorhoofd als je ingehaald wordt.
Eerlijk is eerlijk, je wordt in Amerika ook niet zo bar vaak gepasseerd in een camper omdat de maximale snelheid op de buitenwegen daar stukken lager ligt dan bij ons en op te hard rijden boetes staan waar een oprechte GroenLinksers een natte droom van krijgen.
Het leuke van zo’n camper lijkt dat je kunt stoppen wanneer en waar je dat maar wil, als je zin hebt om de uitschuifbare barbecue te gebruiken. Dat valt soms tegen. In het stuk Amerika dat ik bereisde was het streng verboden in de buitenlucht megabiefstukken te grillen. Dat ik onder een zware boete uitkwam was volgens mij het directe gevolg van het feit dat een van de twee agenten die me sommeerden de barbecue direct onder water te zetten een vriendelijke homo was; hij had in ieder geval Amsterdam wel eens bezocht en daar van de Gay Parade genoten, vertelde hij toen duidelijk werd dat ik uit Nederland kwam. Dat ik de wethandhavers dankzij de uitstekend werkende koelkast in de camper ook gelijk een fris colaatje aan kon bieden werkte ook niet verkeerd trouwens.
De aardige agent vroeg me, zonder bijbedoelingen, waar ik van plan was te overnachten. Volgens hem waren alle kampeerterreinen in de directe omgeving volgeboekt. Ik legde hem uit dat ik daar niet mee zat omdat ik lekker van plan was om de nacht door te brengen op de mooie plek waar ik stond. Dat mocht niet. Juist in dit stuk Amerika was het streng verboden om in een camper ergens anders te overnachten dan op een speciaal voor campers ingericht kampeerterrein. Omdat het een bijzonder hulpvaardige agent was, belde hij zijn hoofdkwartier om uit te zoeken waar in de buurt nog ruimte op een kampeerterrein was. Met blijdschap deelde hij me bij het tweede colaatje mee dat ik maar 280 kilometer hoefde te rijden om een staanplaats te bemachtigen. Een paar minuten later begreep ik uit zijn manier van praten dat een klein stukje rijden in Amerika iets heel anders betekent dan een klein stukje rijden bij ons. Gek hè, of ik nou met een Caravan of met een Camper op stap ga, ik kom altijd bij een hotel uit.
Henk
Stuur dit bericht door!
|