Voor onze slimme oudste zoon was leren geen enkel probleem. Als peuter was hij al uren bezig met de gesp van een plastic sandaaltje om uit te vinden hoe zoiets werkt. Hij wist feilloos de knop te vinden waarmee een boterham geruisloos in de videorecorder verdwijnt. Het geluid van de Citroën BX van zijn vader herkende hij uit duizenden. En met een paar knippen van zijn hobbyschaartje ontdekte hij dat vallende luxaflex een prachtig ratelend geluid maakt op de grond. Zonder enige moeite haalde hij al op jonge leeftijd zijn strikdiploma en zwemdiploma. Wij waren dan ook niet verbaasd dat er een gymnasiumadvies rolde uit de nonchalant door hem gemaakte Cito-toets in groep acht. Onze verwachtingen waren kortom, hoog gespannen toen hij als twaalfjarige op zijn nieuwe fiets, met achterop zijn nieuwe schooltas en met in zijn haar een parmantig kuifje, energiek naar de middelbare school vertrok. Een glanzende schoolcarrière lag voor hem. Dat was zeker.
Het liep anders. Wat is er gebeurd tussen die twaalfjarige jongen op zijn nieuwe fiets van toen en de volwassen man die vandaag, precies tien jaar later voor het eerst zijn handtekening onder een echt diploma zet? Van zijn opgewekte, nieuwsgierige houding was binnen het regime van de middelbare school al heel snel niets meer over.
De verwachting van de school dat alle leerlingen rijp en groen in hetzelfde tempo, op hetzelfde moment, op dezelfde manier, dezelfde lesstof kunnen consumeren, paste in het geheel niet bij hem. Het lukte hem niet, ondanks sancties van school en smeekbedes en dreigementen van onze kant aan die algemene norm te voldoen. En hij was niet de enige. De ene na de andere vriend van hem zagen we als 'drop-out' met een grote joint en een skateboard onder de arm het park in verdwijnen, om daar pas een jaar of vier later weer uit terug te keren.
'Hij kan het wel, maar hij wil het niet' was keer op keer de reactie van school als hij aan het eind van elk schooljaar weer een niveau lager zakte. Radeloos maakte dat ons als ouders, we snapten het gewoonweg niet! Thuis kon hij urenlang met ongelooflijke gedrevenheid en precisie bezig zijn met één bepaald loopje op zijn gitaar. Met het computerspel Sims City bouwde hij met ongekende ijver tot diep in de nacht de meest futuristische wereldsteden waar architectonisch niks mis mee was! En met gamen was hij sneller dan wie dan ook, en haalde hij met gemak wel elk niveau!
Was het misschien zo dat hij buiten school wel de uitdaging en verrijkende extra's vond die hij als slimmerik zo nodig had en die hij in de afgemeten lesstof en in de standaard lesmethodes niet vond? Omdat je op een gitaar, de computer en met gamen nu eenmaal wel je eigen leerstijl en individuele tempo kunt volgen en daarin je prestaties wel meteen worden beloond? En dat niet alleen, omdat als je iets met plezier, passie en interesse doet, je daar nu eenmaal wel echt voor gaat!
Wordt het niet eens tijd dat de school daar iets van leert?
Marja Baseler