De Ronde van Gallië
Column
Gepubliceerd: 2012-06-11
door: Henk Westbroek
Omdat er in de Donald Duck nogal veel gekampeerd wordt wilde mijn dochtertje – ze was een jaar of 6 - ook op kampeervakantie. “Laten we dat in Amerika doen papa, want dan komen er misschien net als bij Kwik Kwek en Kwak beren bij je tent om te kijken wat er te eten is!”
Ik ging fictief bellen om mijn dochter even later te kunnen vertellen dat alle boten naar Amerika vol zaten, dus dat we zouden moeten zwemmen. “Als we doorzwemmen zijn we er in een week en omdat terugzwemmen net zo lang duurt, moeten we gelijk weer omkeren als we er aangekomen zijn omdat ik maar twee weken vakantie heb. Kunnen we dus niet beter in Frankrijk gaan?” “Hoe ver zwemmen is Frankrijk?”, vroeg mijn dochter.
Twee dagen later vertrokken we met de auto en nadat we tien minuten onderweg waren vroeg mijn dochter of we er al waren. Daarna viel ze in slaap om onder de rook van Brussel wakker te worden met de vraag waarom we nòg niet in Frankrijk waren. En of we straks op een kampvuur worst gingen koken. Ik wees haar erop dat het nogal hard regende en dat kampvuren onder die weersomstandigheden niet zo best willen branden. “Maar ik bel wel even met Frankrijk om te vragen of daar het zonnetje schijnt.” Nadat ik mijn dochter geïnformeerd had dat heel Frankrijk een halve meter onder water stond, besloten we om een nachtje in Brussel te blijven.
Op de balie van het hotelletje lagen tientallen uitnodigende vakantiefolders. Mijn dochter pikte er een uit waar de striphelden Asterix en Obelix op waren nagetekend. Op de binnenkant van die folder stond de kaart van Frankrijk die in een stuk of vijftig gebieden was opgedeeld. Van elk gebied werd beschreven wat er de natte en droge lekkernijen waren. Het idee was dat je van gebied naar gebied reed om overal van regionale specialiteiten te genieten. “Dat is een goed idee zeg, van Asterix en Obelix! Zullen wij ook op hun manier in Frankrijk gaan kamperen. Dan ga je elke dag met de auto een klein stukje verder. De ene dag kampeer je in een bos met herten en eekhoorns en de andere dag op een weiland waar misschien wel wilde wolven zijn en de dag daarop bij een meertje waarin je lekker zwemmen kunt. En dan ’s avonds lekker eten. Zullen wij dat ook maar gaan doen?”
Mijn dochter had haar bedenkingen tegen de streek met bewolfde weilanden, maar nadat ik beloofd had in plaats van naar dat gebied er naar een te zullen rijden dat vol zit met pony’s en paarden, kon ze niet wachten om te vertrekken.
We stopten in een dorpje met een leuke camping en maakten een kampvuur om worstjes - aan een takje geprikt - erboven gaar te maken. Het vergt enige behendigheid om dat voor elkaar te krijgen omdat worstjes boven open vuur vrij snel exploderen, spontaan uit elkaar gaan vallen en eigenlijk pas tegen de tijd dat ze verkoold zijn ook enigszins gaar smaken. Gelukkig is Frans stokbrood zonder worst erop ook erg lekker. In de twee restaurantjes in het dorp stonden geen regionale specialiteiten op de kaart dus ik stapte het gemeenthuis binnen – “Le Marie” heet dat – en verklapte aan een mannetje dat er rondliep dat ik helemaal uit Holland gekomen was om mijn dochter kennis te laten maken met hun fameuze streekgerechten. En vroeg waar ik die in de buurt het best zou kunnen eten. Mijn dochtertje werd door de glunderende man op beide wangen gezoend, hij pleegde een telefoontje en om 7 uur ’s avonds zaten we 3 kilometer verderop in een restaurantje waar hij voor ons gereserveerd had. We werden als vorsten ontvangen omdat bleek dat de burgemeester van het dorp zelf het telefoontje gepleegd had.
We zijn twee weken lang van streek naar streek getrokken, zijn in elk dorp waar we kampeerden de “Marie” binnengestapt en ik heb nog nooit 13 dagen op rij zo lekker gegeten. En zo gemiddeld voor een prijs waar je in een doorsnee restaurant in Nederland net flesje huiswijn voor krijgt. En dan zijn er nog steeds mensen die beweren dat kamperen afzien is.
Henk
Stuur dit bericht door!
|