Na ruim twee jaar puzzelen en peinzen heeft het college in Utrecht op papier gezet hoe het schrappen van de politiek besmette Spoorlaan opgevangen zal worden. De briljante en uiterst voordelige maatregel die uit de hoge hoed kwam is een ‘verkeersdoseringsinstallatie’ op de Noordelijke Stadsas (NSA) in Leidsche Rijn. NSA is de ambtelijke benaming voor de verschrikkelijke Vleutensebaan die direct ten zuiden van het spoor tussen Vleuten en de gele Hogeweidebrug loopt. Die andere indrukwekkende naam behelst niet meer dan het stoplicht langer op rood zetten trouwens.
Utrecht heeft in 2010 op papier gezet dat de berekende groei van het autoverkeer met 50 procent moet en zal afnemen. Zoiets schrijf je gewoon op in een collegeakkoord. En als dat onverhoopt toch niet gebeurt, dan zet je dat vuige Vinex-tuig gewoon in de file.
De Vleutensebaan is een draak van een weg. Kilometers lang, kaarsrecht en twee maal tweebaans. Je mag er 50 kilometer per uur maar de weg voelt als de A2 van voor de verbreding. Als ik even mijn concentratie verlies heeft mijn rechtervoetje m’n Vinex-Volvo al richting de 100 gejaagd. Deze bizar aangelegde snelweg wordt ook nog eens op tal van plekken gekruist door kindertjes op kleine fietsjes en Vinexmoeders die met angstige Bambi-ogen hopen dat er die dag geen onuitgeslapen chauffeurs aan het verkeer deelnemen. Ze zijn op weg naar school of naar de enige winkel van Terwijde en Het Zand.
Dus beste verkeerswethouder Frits, ik neem het u niet kwalijk dat u van verkeer niets weet maar een doodgewone GroenLinks-politicus met C02-uitstoot-angsten bent. Maar als u ons westerlingen autotechnisch wilt afknijpen van alle gezelligheid van de binnenstad, doe het dan verkeersveilig en groen. Plant lekker boompjes op de twee overbodige stroken asfalt van de levensgevaarlijke Vleutensebaan. En doe er een paar bioscoopzalen bij in The Wall. Dan zullen wij Vinex-volk niet zeuren dat we straks maar mondjesmaat worden getolereerd aan de andere kant van het kanaal.
Wouter de Heus
Deze column is eerder gepubliceerd in
AD/Utrechts Nieuwsblad en op
WouterdeHeus.nl.